Frequently Asked Questions - Veel gestelde vragen rond VIS-programma

De financiering van de niet gedekte projectkosten (20%) dient te gebeuren door het samenwerkingsverband (VIS?) via eigen inkomsten (tarificaties, ledenbijdragen, inkomsten uit contractonderzoek, eigen middelen) of door aan de leden van de gebruikerscommissie een individuele bijdrage te vragen, volgens zelf te bepalen modaliteiten. Deze bijdragen kunnen verschillend zijn voor de leden van de gebruikerscommissie. Verder mogen ook niet-Vlaamse bedrijven en overheidsbedrijven deel uitmaken van de gebruikerscommissie. Ook de inbreng van kosten ‘in natura’ door de leden van de gebruikerscommissie (stalen, materialen, grondstoffen, testmateriaal, etc.) is mogelijk indien deze kosten aantoonbaar en substantieel zijn.

Wanneer voor de uitvoering van een project samengewerkt wordt tussen twee (of meer) aanvragende VIS-organisaties (een federatie, een collectief centrum, een competentiepool,…) kan afgesproken worden hoe de financiering van het project onderling geregeld wordt.

Bij samenwerking tussen een VIS en een onderzoeksinstelling zonder winstoogmerk zoals een universiteit, hogeschool of strategisch onderzoekscentrum (SOC), dient het aanvragend VIS de volledige financiering van het uitvoerend kenniscentrum voor haar rekening te nemen.

Er kan op verschillende manieren met buitenlandse organisaties samengewerkt worden:

  • Niet-Vlaamse bedrijven kunnen lid zijn van de gebruikerscommissie en kunnen financieel bijdragen in een deel van de niet-gesubsidieerde kost.
  • Niet-gefinancierde buitenlandse onderzoekscentra kunnen als uitvoerder bij een collectief project betrokken worden. Dezelfde regels die gelden voor Vlaamse kenniscentra zijn van toepassing.
  • Samenwerkingen met buitenlandse (gefinancierde) kennis/onderzoekscentra kunnen ook uitgevoerd worden in het kader van een ERA-CORNET?-project. Binnen CORNET, een ERA-NET? dat zich situeert op het vlak van de bevordering van internationale netwerking en samenwerking rond collectief onderzoek, worden regelmatig oproepen voor transnationale collectieve onderzoeksprojectvoorstellen gelanceerd. Om deel te nemen aan dergelijke oproepen zijn minstens drie partners vanuit drie verschillende deelnemende landen en/of regio’s vereist. Meer informatie is terug te vinden op de website www.cornet-era.net.

 
Hiernavolgende tekst is bedoeld ter verdere uitklaring van de IPR-aspecten zowel in individuele projecten van collectief onderzoek, meer bepaald in samenwerkingsprojecten tussen een VIS? en een onderzoeksinstelling die onder het VIS-Besluit vallen, als in VIS-trajecten die een of meerdere projecten van collectief onderzoek kunnen omvatten. Verder dient ook verwezen te worden naar het toelichtingsdocument ‘gebruik van resultaten van IWT gesteunde projecten’, dat nog meer achtergrondinfo bevat en de algemene voorwaarden van IWT onder meer voor wat betreft definities.

Alvorens in te gaan op de IPR-aspecten is het nuttig om de context en de rationale van projecten van VIS collectief onderzoek onder de aandacht te brengen. ‘Collectief onderzoek’, dat zijn onderzoek en studies, gericht op het verwerven, bundelen en vertalen van kennis naar bruikbare innovatietoepassingen ten behoeve van een ruime collectiviteit van bedrijven. Het gaat hier meestal om vrij generieke kennis, die moeilijk te verwerven is voor een individueel bedrijf, maar waarvoor het onderzoek door de aanvragers, zijnde een samenwerkingsverband van bedrijven, wordt uitbesteed naar een onderzoekscentrum met de nodige expertise. Deze kennis kan een individueel bedrijf dan nadien in een eigen traject valoriseren. Als zodanig sluiten deze projecten dan ook uit dat expliciet gestreefd zou worden naar uitsluitingsrechten, i.e. intellectuele eigendomsrechten.

Projecten collectief onderzoek worden 80% gesubsidieerd door de overheid, en 20% door het Vlaams Innovatiesamenwerkingsverband dat zich hiervoor tot de doelgroepbedrijven wendt. Het indienende samenwerkingsverband van bedrijven beschikt over de nodige rechten om het in staat te stellen te voldoen aan vanuit de overheid opgelegde plicht om de kennis ruim te verspreiden (wat het hoge subsidie % verantwoordt).

De onderstaande toelichting betreft samenwerkingsprojecten van VIS-CO waarin een VIS en een onderzoekscentrum betrokken zijn.

  • De VIS beschikt over de projectresultaten om deze vervolgens te verspreiden naar een zo ruim mogelijke groep van (doelgroep)bedrijven of om als achtergrondkennis te gebruiken. Indien het samenwerkingsverband (VIS) toch intellectuele eigendomsrechten opbouwt obv het collectief onderzoek, dient het, overeenkomstig het VIS-besluit, eventuele licenties te verlenen aan gelijke (toegankelijke) voorwaarden.
  • De opgedane kennis tijdens een CO-project kan door de uitvoerende onderzoeksinstelling verder gebruikt worden als achtergrondkennis.

    Wanneer de onderzoeksinstelling de kennis zelf wenst te valoriseren, dient zij dit te doen in overleg met het VIS, en met uitdrukkelijke toestemming van het VIS, dit onder andere om onnodige ontdubbeling en/of inadequate concurrentie te vermijden. Het VIS zal de opstart van een eigen valorisatietraject door de onderzoeksinstelling niet weigeren op onredelijke grond en zal zo’n vraag enkel weigeren op grond van een onderbouwd mogelijk conflict met het toepassingsdomein en de valorisatieopdracht van het VIS. Ten einde discussies over de afbakening van het toepassingsdomein te vermijden is het opportuun dat hier goede afspraken gemaakt worden bij de voorbereiding van de projectaanvraag. De onderzoeksinstelling moet er in elk geval over waken dat de valorisatieplannen van de VIS gevrijwaard blijven. Zij dient haar valorisatie-activiteit ook uit te voeren met toepassing van de principes van het VIS-Besluit.

    Indien de mogelijkheid zich voordoet voor een valorisatie aan niet collectieve voorwaarden kan dit aanvaard worden mits ad hoc akkoord door het IWT zoals vermeld in het toelichtingsdocument - Gebruik van resultaten van IWT-gesteunde projecten.

Het document met de uitleg bij de basisprincipes van de de-minimisregel voor de subsidies uit het VIS?-programma kan u terugvinden als toelichtingsdocument bij de subsidies onder de tab documenten.

Hieronder vindt u een voorlopige oplijsting van steunmaatregelen die onder de de-minimisregel vallen :

IWT

  • Steun in het kader van het VIS?-besluit (projecten/programma’s)
  • Achtergestelde leningen (zie : Vlaams Innovatiefonds/VINNOF)


Vlaams Innovatiefonds (VINNOF)


Achtergestelde leningen toegekend in het kader van IWT-projecten en/of –studies, maar slechts in de mate deze gepaard gaan met een verlaagde rentevoet , d.i. de Europese referentie-interestvoet (beschikbaar op: http://ec.europa.eu/comm/competition/state_aid/legislation/reference_rates.html).


Agentschap? Ondernemen

  • BEA, vanaf 1/1/2009 : de KMO? - portefeuille
  • Rentetoelage voor Hinder Openbare Werken
    (nog bijna door niemand aangevraagd – ook kleine bedragen)


FIT : exportsubsidies

  • prospectiereizen
  • deelname aan beurzen met een internationale uitstraling
  • de aankoop van een lastenboek voor internationale aanbestedingen
  • de oprichting van een prospectiekantoor
  • interne technische opleiding ter uitvoering van een afgesloten contract
  • prospectiereizen naar multilaterale instellingen voor projecten buiten EER
  • de aanmaak van productdocumentatie en technische vertalingen
  • kosten voor registratie, homologatie en certificatie
  • de uitnodiging naar Vlaanderen van aankopers en decision makers
  • de huur van een ruimte voor de organisatie van publieke presentaties, workshops, ...
  • de intrek in een door FIT geaccrediteerd dienstencentrum


PMV

De Waarborgregeling zou vanaf 2008 gebaseerd worden op de de-minimisverordening, maar het wijzigen van het decreet is nog niet volledig rond. Die maatregel zal wel een groot deel van het de minimis budget gebruiken.
Er geldt immers een subsidie-equivalent van 13%.vb. Als het gewaarborgde gedeelte van de lening 1.500.000 bedraagt is het subsidie-equivalent 200.000 steun en is de drempel bereikt. Dat is lineair, dus een lening van 500.000 euro, geeft 66.666 euro steun, een van 1.000.000 geeft 133.333 euro steun,...

Federaal zijn er ook de achtergestelde leningen van het Participatiefonds, die onder de de-minimis vallen.