Hiernavolgende tekst is bedoeld ter verdere uitklaring van de IPR-aspecten zowel in individuele projecten van collectief onderzoek, meer bepaald in samenwerkingsprojecten tussen een VIS
? en een onderzoeksinstelling die onder het VIS-Besluit vallen, als in VIS-trajecten die een of meerdere projecten van collectief onderzoek kunnen omvatten. Verder dient ook verwezen te worden naar
het toelichtingsdocument ‘gebruik van resultaten van IWT gesteunde projecten’, dat nog meer achtergrondinfo bevat en
de algemene voorwaarden van IWT onder meer voor wat betreft definities.
Alvorens in te gaan op de IPR-aspecten is het nuttig om de context en de rationale van projecten van VIS collectief onderzoek onder de aandacht te brengen. ‘Collectief onderzoek’, dat zijn onderzoek en studies, gericht op het verwerven, bundelen en vertalen van kennis naar bruikbare innovatietoepassingen ten behoeve van een ruime collectiviteit van bedrijven. Het gaat hier meestal om vrij generieke kennis, die moeilijk te verwerven is voor een individueel bedrijf, maar waarvoor het onderzoek door de aanvragers, zijnde een samenwerkingsverband van bedrijven, wordt uitbesteed naar een onderzoekscentrum met de nodige expertise. Deze kennis kan een individueel bedrijf dan nadien in een eigen traject valoriseren. Als zodanig sluiten deze projecten dan ook uit dat expliciet gestreefd zou worden naar uitsluitingsrechten, i.e. intellectuele eigendomsrechten.
Projecten collectief onderzoek worden 80% gesubsidieerd door de overheid, en 20% door het Vlaams Innovatiesamenwerkingsverband dat zich hiervoor tot de doelgroepbedrijven wendt. Het indienende samenwerkingsverband van bedrijven beschikt over de nodige rechten om het in staat te stellen te voldoen aan vanuit de overheid opgelegde plicht om de kennis ruim te verspreiden (wat het hoge subsidie % verantwoordt).
De onderstaande toelichting betreft samenwerkingsprojecten van VIS-CO waarin een VIS en een onderzoekscentrum betrokken zijn.
- De VIS beschikt over de projectresultaten om deze vervolgens te verspreiden naar een zo ruim mogelijke groep van (doelgroep)bedrijven of om als achtergrondkennis te gebruiken. Indien het samenwerkingsverband (VIS) toch intellectuele eigendomsrechten opbouwt obv het collectief onderzoek, dient het, overeenkomstig het VIS-besluit, eventuele licenties te verlenen aan gelijke (toegankelijke) voorwaarden.
- De opgedane kennis tijdens een CO-project kan door de uitvoerende onderzoeksinstelling verder gebruikt worden als achtergrondkennis.
Wanneer de onderzoeksinstelling de kennis zelf wenst te valoriseren, dient zij dit te doen in overleg met het VIS, en met uitdrukkelijke toestemming van het VIS, dit onder andere om onnodige ontdubbeling en/of inadequate concurrentie te vermijden. Het VIS zal de opstart van een eigen valorisatietraject door de onderzoeksinstelling niet weigeren op onredelijke grond en zal zo’n vraag enkel weigeren op grond van een onderbouwd mogelijk conflict met het toepassingsdomein en de valorisatieopdracht van het VIS. Ten einde discussies over de afbakening van het toepassingsdomein te vermijden is het opportuun dat hier goede afspraken gemaakt worden bij de voorbereiding van de projectaanvraag. De onderzoeksinstelling moet er in elk geval over waken dat de valorisatieplannen van de VIS gevrijwaard blijven. Zij dient haar valorisatie-activiteit ook uit te voeren met toepassing van de principes van het VIS-Besluit.
Indien de mogelijkheid zich voordoet voor een valorisatie aan niet collectieve voorwaarden kan dit aanvaard worden mits ad hoc akkoord door het IWT zoals vermeld in het toelichtingsdocument - Gebruik van resultaten van IWT-gesteunde projecten.